De hervorming is groot en heeft twee belangrijke doelen: meer mensen langer aan het werk houden en de link tussen werken en pensioenopbouw versterken. De maatregelen kunnen in twee groepen worden ingedeeld: regels rond de pensioenleeftijd en wijzigingen die het uiteindelijke pensioenbedrag beïnvloeden.
Strengere regels voor vervroegd pensioen
De wettelijke pensioenleeftijd blijft voor nu 66 jaar. Vanaf 2030 stijgt deze naar 67 jaar. Vervroegd pensioen kan nog steeds, maar de voorwaarden worden aangescherpt.
Nieuwe definitie van een loopbaanjaar
Er komt een nieuwe definitie voor een loopbaanjaar. Tot nu toe telde een jaar mee wanneer iemand minstens 104 gewerkte of gelijkgestelde dagen had. Dat wordt 156 dagen, wat ongeveer neerkomt op een halftijdse job. Gelijkgestelde periodes, zoals ziekte, zorgverlof of tijdelijke werkloosheid, blijven meetellen.
Volgens de regering verandert er voor 70% van de werknemers niets. Voor de rest kan de vroegst mogelijke pensioenleeftijd iets opschuiven.
Er zijn enkele correcties voor een zachte overgang:
- Wie in 2025 60 jaar of ouder is, moet maximaal één jaar langer werken.
- Wie in 2025 59 is, maximaal twee jaar langer.
- Het eerste loopbaanjaar telt al mee vanaf 104 gewerkte dagen.
- Werknemers krijgen 5 ‘pechdagen’ als reserve om jaren mee te laten tellen waarin ze net niet 156 dagen werkten.
Sneller pensioen voor wie jong begon met werken
Voor degenen die jong begonnen met werken, komt er een extra optie. Wie 42 echte loopbaanjaren kan aantonen, mag vanaf 60 met vervroegd pensioen, hoewel de algemene norm 44 loopbaanjaren is. Voor deze regeling moet elk jaar minstens 234 gewerkte dagen hebben, dat is zo’n 75% tewerkstelling.
Bonus en malus verbinden werken en pensioen sterker
Een andere grote verandering zit in de berekening van het pensioenbedrag. De regering voert een systeem van bonus en malus in.
Pensioenmalus
Wie eerder stopt dan de wettelijke pensioenleeftijd, krijgt een lagere pensioenuitkering. Wie vanaf 1975 is geboren, krijgt –5% per jaar dat eerder gestopt wordt.
Je kunt de malus vermijden als je voldoet aan deze voorwaarden:
- Minstens 35 loopbaanjaren.
- Per jaar minstens 156 gewerkte dagen.
- In totaal 7.020 gewerkte dagen over je hele carrière.
Volgens de regering voldoet 75% van de werknemers al hieraan wanneer ze met vervroegd pensioen gaan.
Pensioenbonus
Wie langer doorwerkt dan de wettelijke pensioenleeftijd, krijgt juist meer pensioen. Voor mensen vanaf 1973 stijgt het pensioen met 5% per extra gewerkt jaar. Ook hier hetzelfde verhaal voor de loopbaanvoorwaarden (35 jaar en 7.020 gewerkte dagen).
Minder gunstige pensioenopbouw tijdens sommige niet-werkperiodes
De regering wil ook het systeem van gelijkgestelde periodes aanpakken. Dat zijn periodes waarin je niet werkt, maar toch pensioenrechten opbouwt.
Voor SWT (brugpensioen), werkloosheid en landingsbanen blijven pensioenrechten bestaan, maar de berekening wordt minder gunstig. Het inkomen tijdens die periodes wordt vervangen door een beperkt fictief loon bij het pensioen. Bovendien is er een plafond: voor mensen vanaf 1968 mogen zulke periodes nog maar maximaal 20% van de loopbaan uitmaken voor pensioenberekening. Belangrijk: tijdelijke werkloosheid blijft volledig gelijkgesteld, best handig voor sectoren waar dit vaak voorkomt.
Wat betekent dit voor kmo’s?
Voor jullie onderneming heeft de hervorming vooral indirecte effecten:
- Werknemers blijven gemiddeld langer aan de slag.
- Loopbaanonderbrekingen aan het eind van de loopbaan worden minder aantrekkelijk.
- Duurzame loopbanen mogelijk maken wordt belangrijker, bijvoorbeeld via aangepast werk of re-integratie na ziekte.
Dit betekent dat strategisch personeelsbeleid voor oudere werknemers nog crucialer wordt. Werknemers zullen vaker moeten kiezen tussen langer werken of minder pensioen, en dat gaat zeker verschil maken voor de beschikbaarheid van ervaren medewerkers.
