Via de recente Programmawet, getoond in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026, heeft de federale regering van België de belastingregels voor deze gunstregimes aangepakt. Resultaat? Een belastingdruk die stijgt naar 18%. Wat betekent dat voor jouw vennootschap en jouw aanpak van dividenduitkeringen?
VVPRbis: stijging naar 18%
Met het VVPRbis-regime kunnen aandeelhouders van bepaalde kleine bedrijven dividenden uitkeren tegen een verlaagd tarief van roerende voorheffing. Na een verplichte wachttermijn van drie jaar was dat tarief jarenlang 15%.
Sinds 1 juli 2026 is het tarief opgetrokken naar 18% voor alle dividenden die vanaf dan worden uitgekeerd. De wachttermijn en de voorwaarden blijven hetzelfde. Dus, de wetswijziging geldt alleen voor de uitkeringen zelf, niet voor de aandelen of kapitaalverhogingen die onder dit regime vallen.
Liquidatiereserves: ook duurder
Niet alleen VVPRbis wordt zwaarder, ook de liquidatiereserves krijgen te maken met een hogere roerende voorheffing.
Voor liquidatiereserves die aangelegd zijn voor boekjaren eindigend vanaf 31 december 2025, bedraagt de roerende voorheffing na de wachttermijn van drie jaar voortaan 9,8% in plaats van 6,5%. Omdat bij de aanleg van een liquidatiereserve al een heffing van 10% betaald wordt, is de totale belastingdruk gelijk aan 18%.
Voor oudere reserves blijft er een overgangsregeling. Heb je reserves vóór 31 december 2025 opgebouwd? Dan kan je kiezen voor:
- Een uitkering na drie jaar tegen 6,5% roerende voorheffing
- Een uitkering na vijf jaar tegen 5% roerende voorheffing
Daardoor blijven oudere reserves vaak fiscaal aantrekkelijker dan nieuwe.
Wat betekent dit voor jou en je bedrijf?
Hoewel de verhoging op ’t eerste zicht gering lijkt, kan het op grote dividenduitkeringen een flink verschil maken. Betaal je eerder 15% op een uitkering van 100.000 euro? Met het nieuwe tarief betaal je nu 18%. Dat betekent 3.000 euro extra belasting.
Voor ondernemers die regelmatig winst uit hun vennootschap halen, is een slimme aanpak van dividenduitkering nog belangrijker geworden. Het blijft nuttig om te onderzoeken:
- Welk regime het meest fiscaal voordelig is
- Welke liquidatiereserves onder de overgangsregeling vallen
- Wanneer een dividenduitkering het best plaatsvindt
- Hoe dividenduitkeringen zich verhouden tot andere beloningsvormen
De ideale aanpak hangt af van zaken als de leeftijd van je vennootschap, beschikbare reserves, investeringsplannen en je persoonlijke financiële situatie.
Plannen op tijd loont
Met de nieuwe regels vermindert het fiscale verschil tussen VVPRbis en nieuwe liquidatiereserves. Toch blijven ze interessante opties voor een voordelige winstuitkering vergeleken bij het standaardtarief van 30% roerende voorheffing.
Een regelmatige evaluatie van je dividendbeleid, samen met je accountant, is dan ook geen overbodige luxe. Zo voorkom je fiscale verrassingen en zorg je dat de winst van je bedrijf efficiënt bij de aandeelhouders terechtkomt.
