Eerst dit: hoeveel kun je echt missen?
Beleggen begint niet bij het kiezen van een fonds. Het begint bij een goede planning. Geld dat je binnenkort nodig hebt, hoort niet in een portefeuille die op en neer gaat.
Verdeel je cash daarom in drie potjes:
• Werkingsgeld: voor de dagelijkse kosten
• Buffer: voor tegenvallers die je niet ziet aankomen
• Overschot: geld dat je de komende jaren niet nodig hebt
Enkel dat laatste potje komt in aanmerking om te beleggen. Hoe lang je het kunt missen, bepaalt hoeveel risico je kunt nemen.
Liever op veilig? Termijnrekening of geldmarktfonds
Niet iedereen houdt van koersschommelingen. Heel begrijpelijk. Voor geld dat je op kortere termijn beschikbaar wilt houden, zijn er rustige opties.
Bij een termijnrekening ken je de rente op voorhand. Je zet je geld wel vast voor een afgesproken periode.
Een geldmarktfonds belegt in kortlopende producten. Je bent flexibeler, maar het rendement ligt niet vast.
Ideaal voor geld dat je niet meteen nodig hebt, maar ook niet jarenlang kunt missen.
Iets meer rendement: obligaties
Kun je je geld een paar jaar missen? Dan zijn obligaties of obligatiefondsen een logische volgende stap. Je leent als het ware geld uit aan een overheid of bedrijf, en je krijgt er interest voor terug.
Risicoloos is het niet. Stijgt de rente, dan kan de waarde van je obligaties dalen. En bij bedrijfsobligaties loop je het risico dat een bedrijf niet terugbetaalt. Een gespreid fonds verkleint dat risico.
Wil je meer dan op je spaarrekening, maar minder schommelingen dan bij aandelen? Dan zit je hier goed.
Lange horizon? Denk aan ETF’s
Kan je vennootschap geld langere tijd missen? Dan komen aandelenfondsen en ETF’s in beeld. Met één breed gespreide, wereldwijde ETF beleg je meteen in honderden of zelfs duizenden bedrijven.
Het voordeel: je hoeft zelf geen winnaars te kiezen. Het nadeel: koersen kunnen flink dalen. Doe dit dus alleen met geld dat je echt lang kunt missen.
Zoek je iets tussenin? Gemengde fondsen combineren aandelen en obligaties.
Fiscaal slim: de DBI-bevek.
Een DBI-bevek geniet een gunstig fiscaal regime dat voorkomt dat winsten tussen vennootschappen twee keer belast worden. Meestal ontvangt je vennootschap er jaarlijks een dividend uit. Dat brutodividend, en ook de meerwaarde als je de aandelen later verkoopt, is bijna volledig vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Zo houd je netto meer over.
Denk aan vastgoed
Vastgoed kan ook, rechtstreeks of via vastgoedvennootschappen. Hou er wel rekening mee dat je geld dan minder snel beschikbaar is en voor langere tijd vastzit.
Lees hier meer over onze samenwerking met BrixFin.
Denk in lagen, niet in één product
Je hoeft niet alles op één kaart te zetten. Zo kan een opbouw eruitzien:
• Voorzichtig: termijnrekening, geldmarktfonds en kortlopende obligaties
• Evenwichtig: obligaties, gemengde fondsen en een klein deel aandelen-ETF’s
• Lange termijn: vooral gespreide aandelen-ETF’s, aangevuld met obligaties
Dit zijn geen kant-en-klare portefeuilles. Ze tonen vooral hoe je verschillende termijnen slim combineert.
Vergeet de fiscus niet
Even eerlijk? Het rendement dat je op papier ziet, is niet wat je overhoudt. Vennootschapsbelasting op opbrengsten en meerwaarden, roerende voorheffing en transactiekosten bepalen mee wat er netto overblijft. En beleggen via je vennootschap werkt fiscaal anders dan privé beleggen.
Laat daarom vóór een grote investering een simulatie maken van je rendement na kosten en belastingen. Een product dat bruto mooi oogt, valt netto soms flink tegen.
Vier vragen om mee te starten
Beleggen vanuit je vennootschap is geen jacht op het hoogste rendement. Het gaat erom dat je overtollige cash doelgericht laat werken, zonder dat je bedrijf aan slagkracht inboet.
Stel jezelf daarom eerst deze vier vragen:
1. Hoeveel cash heb ik nodig?
2. Wanneer heb ik die nodig?
3. Hoeveel risico kan ik dragen?
4. Welk rendement verwacht ik na kosten en belastingen?
Heb je die antwoorden? Dan kies je veel gerichter wat bij jouw kmo past.
Twijfel je hoeveel cash je kunt missen, of welke piste voor jou interessant is? Contacteer jouw dossierbeheerder. We bekijken het graag samen.